Week 2

Opdracht van de week: Vandaag zeg ik tegen mezelf: “Ik kan het”

 

Deze en komende weken staat de opdracht van de week in het teken van ‘zelfvertrouwen’. Zo bespreken we met de kinderen dat je bij het maken van een (moeilijke) opdracht altijd tegen jezelf kunt zeggen: “Ik ga het proberen” (i.p.v. te zeggen “Ik kan het niet). Door in oplossingen te denken zullen kinderen ervaren dat ze meer kunnen dan ze in eerste instantie dachten. Thuis en op school kunt u de opdracht van de week met het kind bespreken en het kind laten vertellen op welke momenten je deze opdracht kunt toepassen. Wanneer een kind aan de opdracht van de week heeft gewerkt en doorgezet heeft, kunt u hem/haar complimenteren. Op het moment dat een kind het lastig vindt door te zetten, kunt u bespreken wat hij/zij bij Playing for Success heeft geleerd en op welke manier een opdracht aangepakt kan worden. Vervolgens kunnen er afspraken gemaakt worden en gedurende de week kunt u het kind de opdracht van de week laten herhalen.

Deze week startten we de bijeenkomst met de opdracht ‘Hier ben ik’. Een opdracht die plaatsvond in de danszaal.

Hier ben ik!

Tijdens deze opdracht krijgen de kinderen een dansles. Ze starten in de danszaal met het begin van een dans die ze van een begeleider krijgen. Deze wordt eerst geoefend. Daarna mogen de kinderen in groepjes dingen (bijv. bewegingen) aan deze dans toevoegen en oefenen. Tot slot mogen ze hun eigen bedachte dans aan de rest van de groep presenteren. Jezelf presenteren en werken aan zelfvertrouwen staan tijdens deze opdracht centraal.Na de pauze gingen de kinderen in groepjes aan de slag met een circuit.

Circuit

Tijdens het circuit worden er verschillende spellen gespeeld die vooral te maken hebben met emoties. N.a.v. de verschillende spellen wordt door de begeleiders geprobeerd hierover met de kinderen in gesprek te gaan. Er wordt gekeken naar de mate waarin het kind een gesprek aangaat. Durft het open te zijn? Stelt het kind vragen aan de ander?

Lekker in je vel

Bij het spel ‘Lekker in je vel’ kiest een kind een emotie om uit te beelden. Eén kind heeft zijn ogen dicht en weet dus niet welke emotie uitgebeeld gaat worden. Vervolgens moet het kind dat met zijn ogen dicht zat, raden welke emotie de andere kinderen uitbeelden. Wanneer de emotie geraden is, wordt er een gesprek gevoerd over de desbetreffende emotie. Gedurende de opdracht wordt door de begeleiders gekeken naar de houding van de kinderen tijdens deze opdracht: Laten de kinderen hun emoties zien? Hoe doen ze dat? Gaan de kinderen hierover met elkaar in gesprek en wat is hun houding tijdens dit gesprek? Mondelinge taalvaardigheid en het tonen van emoties staat tijdens dit gesprek centraal.

Dobbel en vertel

Bij het ‘Dobbel en Vertel’ rollen de kinderen met een grote dobbelsteen (met vragen). Vervolgens gaan ze met elkaar over de vraag in gesprek.

Swinx

Afhankelijk van de groepssamenstelling wordt er tijdens het circuit ook een bewegingsspel ingezet. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Swinx. Dat is een sprekende computer die de kinderen verschillende opdrachten laat kiezen. Door een begeleider wordt een opdracht gekozen waarbij de kinderen samen moeten werken en moeten overleggen.

Wist u dat?

  • Yusriyah door haar moeder werd opgehaald? 
  • Marouan van voetbal houdt? 
  • Kaylan goed kan schaken?
  • Quinten al de hele week uitkeek naar Playing for Success? 
  • Emie spontaan ging zingen toen ze even moest wachten? 
  • Leona originele bewegingen bedacht bij de dans? 
  • Melanie in de vakantie jarig is? 

Voor foto’s van deze dag klik hier

 

Dit bericht is geplaatst in Leyenburgschool & Helen Parkhurst, Sportcampus Zuiderpark, Weblog. Bookmark de permalink.